Daar komt er weer één, ik kijk naar beneden en loop rustig verder, af en toe opkijkend waar ik ga, de opening van het gebouw kijkt me aan, als de bek van een wild dier, het is rustig, mijn hartslag neemt toe terwijl mijn voetstappen vertragen, bij elke tree die ik neem, slaat mijn hart een slag over, de deur zwaait open, ik kijk de oneindig lijkende gang in en betreed hem. Mijn eerste stap klinkt als een kanonsschot in de kerk, en als ik vluchtig opkijk, zie ik dat iedereen mij aanstaard, ik voel het bloed in mijn hals toenemen en in ijl tempo naar mijn hoofd toeschieten, de tegels op de vloer moeten geboend worden zie ik, ik versnel mijn pas, en hoop dat de lift openstaat, wat dus niet het geval is, ik druk op de knop en wacht vol verwachting, het belletje gaat en ik wil in stappen, terwijl een menigte de lift uit wil stappen, verwrongen en buiten adem stap ik in de lift en druk snel op sluiten, als jij binnen stapt. Mijn hart gaat zo snel dat hij het wel moet begeven, waarom uitgerekend jij? De vloer van de lift is niet boeiend, maar je hebt wel leuke schoenen aan, vluchtig kijk ik of de lift er al bijna is, als mijn blik de jouwe kruist,volgt een koude rilling over mijn rug, die ogen, die blik. Alles wat ik zou willen, is eenmaal lang in die blik te staren, hopende dat jij ook zo naar mij kijkt. De lift stopt, en ik stap uit, jij volgt ook, met hoofd omlaag snel ik naar het lokaal, kijk vluchtig, twee bankjes vrij achterin, ik ga vlug zitten, als ik zie dat jij ook in dit lokaal moet zijn, en tot overmaat van ramp naast me gaat zitten op de laatste vrije plek. Je groet me en mijn keel is nog droger dan de woestijn. Na twee keer slikken krijg ik er een moeizaam 'hoi' uit, waarop ik snel naar t raam kijk om te zien of er buiten nog wat leuks gebeurt, als we een samenwerkings opdracht krijgen, ik kijk je aan, en voel mezelf meer kleur krijgen. Die glimlach van jou, krijgt mij de komende weken wel weer in slaap. Jij kijkt me aan vraagt me, of ik niet 'de stille, dromer, denker' ben, waarop ik er nauwlijks hoorbaar, verlegen, aan toevoeg. Jij lacht, en kijkt me aan. Ik wil deze opdracht zo snel mogelijk gedaan hebben en maken dat ik weg kom, terwijl jij praat schrijf ik rustig een gedichtje, als jij op mijn blad kijkt, worden je ogen groot, en vraag je mij wat het is, waarop ik zacht zeg, lees het maar, terwijl jij leest, wordt je naam geroepen door de docent, ik schrik, jij schrikt, je wordt geacht het voor te lezen, hardop;
Jij zo sterk zo mooi
Jij als een beek in de lente, onuitputtelijk
Je ogen als kolken waar ik in verdrink
Je gezicht als een heldere hemel vol prachtige sterren
Jij zo mooi als een roos.
Je slikt, kijkt me aan, stilte overheerst terwijl ik rustig naar buiten kijk, het einde van mijn wereld is aangebroken, ik stap op en loop weg, weg van jou, op weg naar niets.